baby'tje dat opgetild wordt

Hoe til je je baby op?

Het lijkt zo vanzelfsprekend, maar een baby optillen vraagt eigenlijk best wat finesse. En dat is logisch: je kindje is nog zo kwetsbaar, met een lijfje dat volop in ontwikkeling is. Ontdek hier hoe je je baby’tje op een veilige, zachte en natuurlijke manier optilt, neerlegt en draagt!

Waarom goed optillen zo belangrijk is

Je baby voelt zich het veiligst als hij goed wordt ondersteund. In de baarmoeder was de ruimte knus en beperkt; buiten die warme cocon voelt de wereld ineens groot en overweldigend. Door je baby’tje op de juiste manier aan te raken en op te tillen, help je hem dat geborgen gevoel te behouden. Wanneer je je kindje bijvoorbeeld onder de oksels optilt, bungelt het lijfje in de lucht. Dat voelt voor een baby super onverwacht en stressvol. Een zachte, voorspelbare beweging geeft daarentegen een gevoel van rust en vertrouwen.

Hoe til je een pasgeboren baby op?

Een pasgeboren baby heeft nog geen sterke nekspieren en kan zijn hoofdje nog niet zelf omhoog houden. Daarom is goede ondersteuning essentieel. Zo doe je het stap voor stap:

·        Praat eerst zachtjes tegen je baby. Zeg bijvoorbeeld: “Hallo [naam], ik ga je optillen!” Je baby leert zo al snel de betekenis van je woorden en weet wat er komt.

·        Plaats 1 hand onder de billen.

·        Leg je andere hand onder de schouderbladen, zodat je de nek en bovenrug ondersteunt.

·        Til rustig op: geen schokkerige bewegingen.

·        Bij het neerleggen laat je eerst de billen de ondergrond raken, en pas daarna het lijf en hoofd.

De gouden regel: ondersteun zo min mogelijk, maar zoveel als nodig is. Je helpt je baby om zelf mee te bewegen, zodat hij leert hoe zijn lichaam werkt. Denk eraan als een dans tussen jullie twee: jij leidt, maar je baby volgt actief.

Tip: leg je baby’tje regelmatig op de buik terwijl je erbij blijft. Tijdens tummy time oefent hij spelenderwijs zijn nekspieren en leert hij zijn hoofdje optillen.

Actief optillen

Vanaf ongeveer 2 maanden kan je beginnen met het actieve optillen. In plaats van je baby passief omhoog te trekken, laat je hem een klein beetje meebewegen. Zo gaat het:

·        Plaats je handen rond de flanken van de borst, tot aan de oksels.

·        Til 1 hand iets hoger zodat je baby licht tegen je arm leunt.

·        Ondersteun daarna de billen.

·        Je baby helpt vanzelf mee door zijn hoofdje te draaien en spieren te gebruiken.

Dit versterkt de hoofdbalans, en maakt je schatje ook bewuster van zijn eigen lichaam.

Neerleggen, verschonen en dragen

Neerleggen: bedenk hoe jij zelf zou gaan liggen (eerst benen, dan romp, dan hoofd). Doe dat ook bij je baby: eerst de voeten laten zakken, dan de billen, en als laatste het hoofdje. Zo voelt de beweging natuurlijk en voorspelbaar.

Verschonen: til je baby niet meer bij de beentjes op, want dat kan spanning veroorzaken. Leg hem in plaats daarvan in zijligging:

·        Open de luier terwijl je baby op de rug ligt.

·        Draai hem voorzichtig op de zij om te reinigen.

·        Plaats een schone luier onder de billen en draai hem weer rustig terug.

Dragen: kleine baby’s vinden het heerlijk om dicht bij je te zijn. Je kan ze:

·        Op je schouder dragen, met het hoofdje tegen je borst.

·        In je arm wiegen, met het hoofdje in de ronding van je arm en de billen op je onderarm.

·        In buikligging op je onderarm leggen om ze te kalmeren.

Voor oudere baby’s (vanaf ±2 maanden)

Als je baby zijn hoofdje beter kan houden, kan je hem met een zachte draai optillen. Dat stimuleert de spieren en helpt hem bij zijn motorische ontwikkeling. Heeft je kindje een voorkeurshouding (bijv. altijd naar rechts kijken)? Til dan juist van de andere kant, om het hoofdje symmetrisch te ontwikkelen.

Veiligheidstips voor jou

·        Houd je rug recht en til vanuit je benen, niet vanuit je rug.

·        Houd je baby’tje altijd dicht bij je lichaam.

·        Vermijd draaien met je bovenlichaam; draai liever met je voeten mee.

·        Wissel regelmatig van arm of kant om overbelasting te voorkomen.

·        Let op voor de zogeheten ‘mama-duim’: gebruik je handpalmen in plaats van je polsen om te tillen.