mama met baby in draagzak

Je baby’tje dragen in een draagdoek of draagzak is knus, praktisch en een geweldige manier om je kindje dicht bij je te houden. Veel ouders starten vanzelf met de meest natuurlijke houding: buik tegen buik, hart tegen hart. Er bestaan draagzakken die voorwaarts toelaten, dus de gedachte om je schatje om te draaien lijkt logisch. Maar toch raden draagconsulenten het “face forward” dragen meestal af. Niet omdat je iets fout doet, maar omdat een houding waarbij je baby naar jou toe gericht blijft simpelweg gezonder is. Laten we samen kijken waarom dat zo is!

Een lichaam dat nog volop in ontwikkeling is

Een baby wordt geboren met een bol ruggetje en opgetrokken beentjes, precies zoals het in de baarmoeder zat. Dat lijfje is nog niet klaar om recht te hangen of met gestrekte benen naar beneden te bungelen. Wanneer je jouw baby naar jou toe gericht draagt, kan hij perfect die natuurlijke bolle houding aannemen, met knietjes hoger dan de billetjes.

Draai je hem om, dan verandert dat: de rug wordt vlakgedrukt tegen jouw borst, de bolling verdwijnt en de benen hangen omlaag. Zelfs in de modernere dragers, waarin het kindje wel in een soort M-houding zit, blijft de rugpositie minder natuurlijk. Het lijfje past zich dan aan de drager aan in plaats van andersom, en dat is eigenlijk het tegenovergestelde van wat ergonomisch dragen betekent.

Ook voor jou is het zwaarder (letterlijk)

Buik tegen buik passen jullie als puzzelstukjes in elkaar. Je kindje leunt tegen jouw lichaam, waardoor jij het gewicht meer verdeelt. Maar zodra dat gewicht een stukje van je af komt te hangen (zoals bij face forward), voelt het alsof je een rugzak draagt waarvan de inhoud aan de buitenkant naar beneden trekt. Je schouders vangen dan veel meer druk op, en het verschil is reusachtig.

Een ingebouwde rem

Een kleine baby ziet enorm veel: geluiden, licht, beweging, geuren, mensen die in hun gezicht kijken. Wanneer je jouw baby’tje naar jou toe draagt, kan hij zich makkelijk even terugtrekken en even genieten van rust. Bij face forward dragen daarentegen kan je kleine schat geen prikkels vermijden. En een overprikkelde baby herken je aan druk bewegen, huilen, wegdraaien met het hoofd, maar precies die signalen zie je minder snel wanneer je kindje van je wegkijkt.

Je gezicht is zijn gids

Baby’s leren de wereld kennen via jouw reacties. Als jij lacht, ontspant je baby’tje. Als jij schrikt, spant hij op. Jouw gezichtsuitdrukking toont of iets veilig, leuk of spannend is. Wanneer hij naar jou gericht zit, ziet hij jouw blik. Je kindje ziet wanneer je praat, lacht, zucht, verrast bent. Dat is communicatie nog voor hij taal begrijpt. En het werkt ook andersom: jij ziet hem. Je merkt sneller dat hij moe wordt, dat hij moet boeren, dat hij zich ongemakkelijk voelt of dat hij even genoeg heeft gezien. Wanneer je baby van je wegkijkt, mis je die subtiele boodschappen.

Maar mijn kindje wil zo graag rondkijken…

Vanaf een paar maanden worden baby’s nieuwsgierig. Ze wiebelen, draaien en piepen soms omdat ze meer willen zien. Er zijn veiligere, ergonomische alternatieven dan face forward dragen die perfect tegemoetkomen aan die ontdekkingsdrang:

·        Heupdragen: je kindje kan rondkijken, maar ook wegdraaien wanneer het genoeg is. Dit is al vanaf jonge leeftijd mogelijk.

·        Rugdragen: ideaal voor oudere baby’s. Ze kijken mee over je schouder, maar behouden de ergonomische houding.

·        Even pauzeren: soms volstaat het om een paar keer stil te staan zodat je kleintje goed kan rondkijken.

Zijn er uitzonderingen?

Absoluut. Soms is face forward dragen wel zinvol, bijvoorbeeld wanneer een ouder in een rolstoel zit en het kindje zo makkelijker op schoot kan rusten. Of voor kindjes met een visuele beperking, die gebaat zijn bij een directe kijk op hun omgeving. In die situaties kan het heel waardevol zijn, als het kort, ergonomisch en bewust gebeurt.

Wil je toch face forward dragen?

Mocht je toch kiezen voor een drager die voorwaarts dragen toestaat, zorg dan dat je het bewust en veilig doet. Niet bij een pasgeborene, niet wanneer je baby nog geen goede hoofd- en rompcontrole heeft, en niet wanneer hij slaperig wordt. En beperk het tot een paar minuten per keer, in een rustige omgeving. Zie het als een leuke extra, geen standaardhouding.